De grootste gids naar slotenmaker Jette

[Betreffende die wat gecompliceerde zin verlangen is Soutendam kennelijk beweren dat een zichtbare invloeden betreffende een immigratie met name onder arbeidersmeisjes nog waarneembaar was. Indien precies opgevoede burgerjongen had hij daar kennelijk wilde visoenen voor.]

Een levendige catalogisering betreffende zo’n middeleeuwse stoof op dit einde met een 15e eeuw kan men ontdekken in een roman met Reade, vertaald via Met der Noorda bij de aanhef ‘Een Jonkman van Gouda’.

Mr. Willem aangaande der Meer, ‘doctor inde medi­cinen’ volgde en had ten westen tot buurman een ‘glaesmaecker’ wiens huis ‘Inde Blauwe Ruyt’ heette. Nog ons kleermaker, voorts een ‘schrienwercker’ een slotenmaker, de weduwe met ons lijndraaier, en een Kerkstraat is ten eindpunt.

Delft was vanwege hem zeker de aangewezen regio waar Hugo een Omvangrijk in brons of marmer moest verrijzen. Na 3 eeuwen schijnt een tijd daar te bestaan, om een wenk van een onsterfelijke Joost te volgen en ‘het Hollandsch Licht’ ons beeld ‘te stellen’, niet ‘er te stellen’, waar het begon te gloren. [In de 20ste eeuw heeft Delft zich daarna in het bijzonder druk geschapen daar waar Hugo mocht komen staan.]

Een paar huizen bovendien had Hans Samvictore - waarschijnlijk ons Italiaan, wiens naam wel Sanvittore zal bestaan geweest - bestaan woon- en werkplaats. In een tijd betreffende aanhoudenden heb bloeiden allicht al die ondernemers, die betreffende een ‘wercken betreffende Mars’ enigermate in betrekking stonden en hier ter stede wemelde dit aangaande zwaardvegers, harnasmakers en verschillende „suppoosten van Vulcaan’, waaronder tevens Hans geteld mocht worden. In zijne hoedanigheid aangaande „gevestvergulder'' gaat hij in de dagen met Prins Maurits bestaan meester wel beloond beschikken over, al was het doch omdat ettelijke krijgsbevelhebbers en officieren dit gevest over hun rapier lieten vergulden naar dit voorbeeld aangaande de grote veldoverste.

Op een hoek van een Breesteeg aan de westzijde aangaande de Koornmarkt stond toen de brouwerij ‘Inde Werelt’, werkende betreffende 1 eest en twee ketels. Zeven huizen bovendien noordwaarts­ “een brouwerije ‘Inde Pauwe’, daervan eyghenaer is Jacob Pauw ende is oock bewoonder; sijn vrouw is aengheefster”.

In een middeleeuwen bestonden er openbare stoven, daar waar ieder zich kon gaan warmen en reinigen anti een geringe toegangsprijs, daar waar later ook betreffende een bak werden gespeeld of ‘een kloot geslagen’.

Johannes tot patroon verkozen werden “mits ons speciale bruid der maagden zijnde”. In dit jaar 1379 werden een omvangrijke poort aan 't Antieke Delft gemaakt en allemaal met muren afgesloten.

Ik bedoel de gevel van een voormalige brouwerij ‘De Hantbooch’, ons fantastisch en zeldzaam specimen van burgerlijke bouwstijl uit de eerste helft aangaande de 16e eeuw, thans (in 1882)

In dezelfde nabijheid treffen we nog Gysbrecht Henricxz, die zodra ‘ossenslager’ is vermeld. Op welke manier gek het ons ook moge voorkomen, werden er toen en vroeger alsnog streng onderscheid gemaakt tussen koeien- en ossenvlees, getuige bij verschillende de veroordeling op 28 April 1542 met Pieter Jonge Dircksz, vleeshouwer, daar deze zijn vlees ‘onderstoken’ had en koeievlees voor ossevlees verkocht.

Antwoorden Heden het Rob Scholte museum bezocht. Heb daar genoten van ons speciale en zeer gevarieerde kunstcollectie, getoond in ons beeldbepalend pand uit een wederopbouwperiode. Wat echt het het pand (één van een laatste bewaard gebleven bouwwerken met architect Jo Kruger!

Het komt mij wegens, het Met Westrheene juist heeft geredeneerd en dat dit woonhuis, toentertijd het derde betreffende een Pepersteeg af gerekend en gelegen met de oostzijde betreffende het Oude Delft zuidwaarts, door de schilder-brouwer tijdens bestaan verblijf op deze plaats ter stede zal bestaan bewoond.

Een ‘Stadts Wage’ stond voor ‘memorie’ genoteerd. Een bovenverdieping werd bekijk hier bewoond door  iemand die een paar haardsteden aangaf. Die aangifte kan zijn echter doorgehaald, waarschijnlijk omdat hij bij een vrijdom aangaande het haardstedengeld viel.

Vanwege de overigen, welke hetzij beter ogen op een maatschappelijke ladder, hetzij beho­ren tot degenen welke via hun ergerlijk misbruik met deze gebeurtenis de philantropen daar toe leveren om de zaak alleen op te heffen, vervaardigd dit niks uit of ‘een cruciaal kwaad’ (gelijk een kermis is genoemd) alang ofwel ook niet haar zijn rekt, omdat vanwege hen een gelegen­heid tot genot en tijdverdrijf overeenkomstig hun ontwikkeling en behoefte overal en ten allen tijde openstaat.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *