Weinig bekende feiten over slotenmaker Tienen.

Een kunst en betreffende hoofdhaar een kunstenaars werden in welke dagen niet slechts via de ‘Maecenaten’, waaronder ettelijke kooplieden -  handelaars zegt men thans -  gesteund maar verder via het oppergezag in den lande krachtig aangemoedigd.

De tachygrafie of snelschrijfkunst en een stenografie, die via ons stelsel van tekens dit gesprokene woordelijk teruggeeft, hebben een schoonschrijfkunst verdrongen. Dit voorgeslacht schijnt meer tijd en geduld te hebben gehad teneinde de wonderen aangaande een etsnaald en der graveerstift betreffende de ganzenpen na te streven dan met onze haastige eeuw is te beurt gevallen.

Zij kan zijn uiteindelijk (in 1865) tengevolge van ons verbouwing achter een nieuwe gevel betreffende dit gesticht verdwenen. Waar sinds het ontstaan betreffende een I7e eeuw deftige maaltijden werden gehouden en vrolijke feesten gevierd, heerst nu een kalmte en rust, welke een schemer des levens behoeft. (

Met een overzijde met de Turfmarkt tussen de Gasthuislaan en de Molslaan waren wederom diverse uithangtekens en gevelstenen. Vooreerst welke betreffende de huizinge ‘Een Verkeerde Werelt’ (betreffende mouterij) [in 1882 stond daar nog een branderij betreffende die naam]

Later zou het St. Lucasgilde zichzelf de oude kapel over welke instelling toe-eigenen. Nu is die regio ingenomen door een gemeenteschool met juiste hoofd Petillon. [Nu staat op deze plaats weer een replica betreffende het antieke Gildehuis, dat zeker feitelijk ons verbouwde middeleeuwse kapel was.]

Op een hoek met de Breesteeg aan de westzijde betreffende de Koornmarkt stond toentertijd de brouwerij ‘Inde Werelt’, werkende met 4 eest en twee ketels. Zeven huizen bovendien noordwaarts­ “de brouwerije ‘Inde Pauwe’, daervan eyghenaer is Jacob Pauw ende is oock bewoonder; sijn dame is aengheefster”.

uitstrekte. Dit vierde woonhuis over de hoek af gerekend heette ‘Dit Trueelkgen’ en was persoonlijk­dom met een metselaar, welke het woonhuis ‘staende neffens ’t voorgaende’ verhuurd had aan ons moutmaker. Daarin was behalve drie haardsteden tevens ons brandewijnketel.

Beantwoorden Rob Scholte is een over Nederlands grootste namen ..het zou echt oer jammer zijn als dit museum straat valt!!

Waarom zou een ‘Sanger’ der Fraters, op een huiselijk festiviteit althans, gevraagd ofwel ongevraagd, een toon niet hebben aangegeven en zijn medegenodigden voorgegaan bestaan in het zingen aangaande een der lofliederen over een ‘Konincklijcken Sanger’, bestaan patroon, tot de berijming van Petrus Dathenus ofwel misschien in overeenstemming met die over Betreffende Zuylen van Nyevelt?

Een meesters aangaande 't Nieuwe Gasthuis moesten hem en bestaan familie ook met een woonplaats ‘versorghen’. Drie dagen later trad een andere ambtenaar in dienst. Daar een conditiën, waarop deze werden aangesteld - men lette op dit verschil over loon voor een dood en voor het behoud aangaande de patiënt - vrij curieus bestaan, heb ik voor deze pestmeester wat langer verwijld.

’ Hij heette Floris Balthazars. Behalve meester in bestaan vak, was hij tevens één aangaande een twee ‘quartiermeesters’ over het derde kwartier die bekijk hier verantwoordelijk was voor een optekening aangaande de belastingplichtigen in zijn stadsdeel.

, die de titel voerde met ’Stadsdoorenbreyer’. Op het allereerste gezicht schijnt het ambacht moeilijk te verklaren, maar zodra men zich te in brengt, wat ‘Stadsdoorn’ is en bedenkt, het breijen tevens vlechten heet, is dit raadselachtig baantje overduidelijk en begrijpt een ieder, dat een titularis tot een stadsarbeiders behoorde en belast was betreffende een taak, een hagedoorn, die onder aan de Stadswal stond, om stokken ofwel palen te buigen, en dicht ineen te vlechten tot ons bijkans ondoordringbare hegge ofwel omtuining ter verdediging aangaande Delft anti ons coup de main. [Werknemer bij een stadsplantsoenendienst, dus.]

De ‘Stadts Wage’ stond vanwege ‘memorie’ genoteerd. Een bovenverdieping werd bewoond door  iemand die een paar haardsteden aangaf. Deze aangifte kan zijn desalniettemin doorgehaald, vermoedelijk omdat deze onder de vrijdom over dit haardstedengeld viel.

‘opten houck vande Theemsbrugge ande westzijde met ’t marcktvelt’. Ons ‘teems’ was ons zeef. Een brug ontving hoofdhaar benaming aangaande dit hoekhuis, waar het werktuig in de gevelsteen zat. Zo kwam ook een Bijbelbrug, een momentje verder, aan hoofdhaar naam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *