slotenmaker Kessel-lo Opties

Met die zijde betreffende de Oude Delft woonde tevens de rector betreffende de Grote of Latijnse De kleuterschool, Magister Jacobus Lassonius, die in een ‘Stadtshuys’ was gelogeerd, het vanwege ‘memorie’ staat uitgetrokken. Sedert Mei 1596 tot ‘Rectoir’ wegens een tijd over negen jaren aangenomen, genoot hij, behalve vrije woning, een ‘jairlix wedde ofte gaige’ aangaande f 700 ‘tot XX stuvers den gulden.’ Daarenboven had hij ‘voort transporteren aangaande hem en een sijne familie’ onthalen een som betreffende f 50 weleens, terwijl hem tevens ‘vrijdomme aangaande al die der Stadtsacchysen’ wegens zijn persoon, zijn familie en com­mensalen, ‘wesende Studenten inder schoole deser Stadt’ werden verleend. De ‘stadtshuysinge’, daar waar zijn prede­cesseurs in gewoond hadden, werden de rector, bestaan gezin en een ‘commensalen, die deze inde cost nemen sall’.

Welke thuis heette ‘Indt Witte Paert’ en  vlak daarnaast ‘Inde 3 Clockgens’ was de webwinkel van Doe Romboutsz, lakenkoper. (Het onze hedendaagse ‘marchants-tailleurs’ geen combinatie betreffende beurs over een nieuwere tijd vertegenwoordigen, bleek mij onlangs uit dit oudste doopregister met een Waalse Kerk alhier waarin, op het jaar 1625 of daaromtrent, ons Fransman belemmerd die dat dubbel beroep uitoefent.)

In een Vlouw treffen wij de thuis met van Pieter Vromans, schilder aangaande beroep, welke zijn verblijf huurde aangaande een vleeshouwer-muzikant Cornelis Florsiz. op een Voldersgracht. In het gildemeesterboek betreffende dit St. Lucasgilde stond deze in 1613 te boek ingeval waterverfschilder. Behalve enige viskopers - vijf in getal -,  schoenmakers, zwaardvegers, kuipers en verschillende woonde in welke straat een zekere Jacques Franssoon voor ons kruier in.

‘achterbuurten’ noemt, toen welke benaming ook niet verdiende. Ook een straten en grachten van een plaats hebben tijdperken over bloei en verval, evenals een families en geslachten, welke haar bewonen.

Ofschoon het stadsdeel gering opmerkelijks aanbood teneinde een meer info aandacht aangaande ons wandelaar te trekken, wens je er op deze plaats nogmaals op te wijzen dat in dat kwartier een kiem moet worden gezocht over een industrie, die zichzelf met er uit meer en meer en meer ontwikkelende eindelijk een vlucht nam, welke aan Delft, ook wanneer voortbrengster betreffende aardewerk, heinde en verre roem, verschafte.

Dat een Gemeente een gerenomeerde kunstenaar en zijn mooie collectie binnen een deuren heeft zou ze betreffende trots en eerbied moeten vervullen.

Meteen wij zo ver buiten de stadswallen verzeild bestaan geraakt, behoren te wij aanvankelijk alweer terug naar het Weeshuis, voor de huidige Barberasteeg om aangaande daaruit een onze weg langs de Oude Delft alweer te vervolgen.

Wandelen wij van ‘een Culck’ de oostzijde met dit Antieke Delft zuidwaarts op, vervolgens komen wij eerst langs 2 ‘suppoosten met Mars’ ofwel over ‘Bellona’, zo men verlangen is, immers ons spies- en een scheêmaker; een ‘Italiaen’, die dit register noemt: Mario de Lamodderet.

Aan een zuidzijde van een Achterzak had over ‘Mijnheeren’ (de burgemeesters) een zekere Jeremias met Huelen een huisje gehuurd, waarin hij wanneer ‘coussebreyer’ de kost verdiende.

Op de hoek met de Verwersdijk en de noordzijde aangaande dit Rietveld woonde een schilder Jacob Willemsz. Delff, welke onder verdere dit ‘rot’ schutters ‘conterfeitte’, dat thans (in 1882)

met der Burch oefenden tevens hun nering aan het Antieke Delft uit. Een laatste was brouwer ‘Inde Chimbel’ of ‘Ros-bel’ (ons korte schel of bel zoals daar bijvoorbeeld aan een narren- of arrentuig is tot uw beschikking).

Hetgeen deze hier ter stede deed - misschien was deze tafel- ofwel lombardhouder - weet je niet te zeg­gen. In 1554 had Percheval Fasiotis ‘coopman van Piemont’ octrooi met de keizerlijke majesteit gevraagd teneinde hier ter stede ‘tafel’ te mogen houden. Tot profijt betreffende de armen zou deze jaarlijks in handen betreffende een H.Geestmeesters 5 pond grooten Vlaams betalen.

Maar verder voor het handjevol kunstenaars welke hun hoofd boven mineraalwater horen te behouden en bijzonder gebaat bestaan betreffende klanten betreffende behalve de plaats. En daar kan dit museum met Rb Scholte voor wensen.

Aan de noordzijde betreffende de Oude Kerk woonden, over oost naar west, vooreerst 2 mensen, welke hun functiën daar te verrichten hadden en om die aanleiding vermoedelijk in de nabijheid der kerk verblijf hielden; ik bedoel mr. Cornelis Schoonhoven die, luidens dit register, ,,mits organist woont in de huysinge vande Oude Kerck teneinde Ook niet”, een momentje indien bestaan buur Jan Engelsz ‘graef­maecker’, welke ons huisje, toekomende de Antieke Kerk, kosteloos bewoonde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *